|
Ivan Fischer schenkt hemelse Vespers
Een vreemde combinatie van werken groeide in de handen van Ivan Fischer uit tot muzikaal genot.
Met Bartók, Mozart en Pärt op het programma leek het concert van het Budapest Festival Orchestra en Collegium Vocale op papier een zeer uiteenlopende mix van stijlen en genres te worden. Maar met een dirigent als Ivan Fischer kan je vermoeden dat dit een weloverwogen keuze was.
Fischer is zonder twijfel één van de boeiendste dirigenten van de jongste decennia. De Hongaar weet perfect naar de essentie van een muziekstuk te graven. Hij paart muzikale feeling en passie aan technische precisie en een intelligente aanpak.
Dat bleek meteen in Bartóks Muziek voor snaren, percussie en celesta. Zoals veel Hongaren hebben Fischer en zijn Budapest Festival Orchestra een bijzondere band met de muziek van Bartók. Toch was het niet het volksmuziekachtige karakter dat hier naar voor kwam, maar wel de strakke, neoklassieke architectuur van de muziek.
Fischer had geopteerd voor een wat aparte opbouw van het concert. Eerst kwamen de vijf psalmen uit Mozarts Vespers, dan werd Pärt ertussen geschoven, om dan af te sluiten met het Magnificat uit diezelfde Vespers. Een keuze die misschien was ingegeven door de wens om de eenheid in dit programma wat meer in de verf te zetten, maar Mozarts werk kreeg weinig muzikale meerwaarde door het zo te spreiden.
Met de vertolkingen die er te beleven waren, is het de vraag of er een meerwaarde nodig was. Het orkest leverde in Bartók al een eerste staaltje van zijn hechte orkestklank en de alerte manier waarop de muzikanten iedere aanwijzing van de dirigent weten op te pikken. Met het Collegium Vocale erbij, leek het alsof ze nog een niveau hoger schakelden.
Spectaculair
In de Vesperae Solennes de Confessore plaatste Fischer het Collegium midden in het orkest, met al de lage instrumenten achter hen en de violen vooraan. Het was een ingreep die de versmelting van stemmen en orkest ten goede kwam. De prachtige stemmen en de stralende vertolking waren adembenemend. Enkel de soliste, sopraan Sybilla Rubens, miste de kracht om de zaal te vullen.
In Como cierva sedienta heeft Arvo Pärt zoals in veel van zijn recente werken vooral flauwe maniërismen en neoromantische gemeenplaatsen uitgestrooid. De vertolking was echter spectaculair. De partij voor eenstemmig vrouwenkoor is veeleisend en werd door de dames van het Collegium Vocale met gemak en accuratesse gezongen. Fischer wist de grote spanningsboog secuur aan te brengen.
Het gebeurt zelden dat een uitvoering alle bezwaren over de matige kwaliteit van de compositie doet vergeten, maar dit was zo'n moment.
Gehoord in deSingel, Antwerpen, op 12 mei.
Maarten Beirens, De Standaard
14 May 2010

|