Switch to mobile view
131013_1226

The Red Heifer, de opera die is gebaseerd op een historisch schandaal, heeft de gemoederen in Hongarije verhit. Volgens componist Iván Fischer heeft dat te maken met het herlevend antisemitisme (De Volkskrant, Guido Van Oorschot)

De Hongaarse dirigent Iván Fischer heeft honderden mails ontvangen als dank voor betoonde moed. Sinds hij half oktober in Boedapest de wereldpremière heeft gedirigeerd van The Red Heifer, een opera die opkomend antisemitisme in Hongarije hekelt, vliegen de interviewverzoeken hem om de oren.

Fischer (62), bij het Koninklijk Concertgebouworkest een gewild maestro, begon opmerkelijk genoeg niet alleen als dirigent aan de voorstelling. Hij is ook de componist van The Red Heifer (‘de rode koe’), een eenakter die in rechtse Hongaarse media per omgaande is gebombardeerd tot een ‘politieke lastercampagne’.

De opera raakt aan een gevoelige kwestie. Fischer, van Joodse komaf, vond zijn stof in de beruchte Tiszaeszlár-affaire (zie kader). In 1882 werd de vermeende moord op een jong meisje in Joodse schoenen geschoven, waarna een golf van antisemitisme Hongarije overspoelde. Kroongetuige in de zaak werd een 13-jarige jongen die zijn Joodse vader van de moord had beschuldigd.

Waarom wilde u deze opera componeren?

‘Een vriend van mij, Miklós Erdély, heeft in 1981 over de Tiszaeszlár-zaak een mooie film gemaakt, Verzió. Destijds hadden we het plan er een opera van te maken, maar helaas overleed Erdély in 1986. Sindsdien speelt het idee voortdurend door mijn hoofd. Uiteindelijk werd ik geholpen door het feit dat de affaire in Hongarije een heet politiek hangijzer is geworden.’

Hoe ernstig is de situatie?

‘Net als West-Europeanen wonen de meeste Hongaren het liefst in een tolerante samenleving. Maar er zijn ook extreem-nationalisten die bij elk probleem een minderheid zoeken als zondebok. Precies zoals in 1882: dezelfde reacties, stereotypen en verbijsterende vooroordelen steken de kop weer op. Voor de meeste Hongaren vormt Tiszaeszlár een beschamend incident. De nationalisten blijven hardnekkig geloven dat Eszter is vermoord door Joden, die er bovendien voor hebben gezorgd dat de sporen zijn uitgewist.’

U schreef niet alleen de noten, maar ook het libretto.

‘Dat is vooral een verzameling citaten. Ik heb ze onder meer geplukt uit een roman die draait om de affaire en uit brieven van de 19de-eeuwse staatsman Lajos Kossuth, die zich kritisch uitliet over het oplaaiende antisemitisme. Ik richt me vooral op het psychologische raadsel: hoe kan een jongen een valse getuigenis afleggen tegen zijn eigen vader? Voor een operacomponist is het ideale stof. Dramatisch en lyrisch tegelijk.’

Fischer heeft de partituur van The Red Heifer ingericht voor zigeunerensemble en symfonieorkest. De muziekstijl, een collage, loopt uiteen van Bach tot cabaret en synagogaal gezang. Ook klinken er Mahler-echo’s en een toespeling op Leonard Bernsteins song Glitter and Be Gay.

Een bloggende premièrebezoeker vond het een ‘most overwhelming experience’. Maar uit een rappend koor met vuvuzela’s – het blaasinstrument dat in 2010 door het WK voetbal in Zuid-Afrika bekendheid kreeg – trokken sommige Hongaren de conclusie dat Iván Fischer zijn landgenoten vergeleek met een stelletje hooligans.

Vindt u het vervelend dat de aandacht vooral lijkt uit te gaan naar de politieke kant?

‘Voor de opera bestaat wel degelijk artistieke belangstelling, er hebben zich al dirigenten gemeld die The Red Heifer elders willen opvoeren.’

Komen meer opera’s van u?

‘Dit is mijn tweede. De eerste, Tsuchigomo, was een korte satire gebaseerd op het Japanse no-theater. Als ik een derde opera componeer, heeft hij gegarandeerd niets te maken met de sociale problematiek van Hongarije.’

Iván Fischer (1951) genoot zijn muzikale opleiding in zijn geboortestad Boedapest en in Wenen. Nadat hij in 1976 in Londen een dirigentenconcours had gewonnen, nam zijn internationale carrière een aanvang. Het Koninlijk Concertgebouworkest is een van de vele beroemde orkesten die hij sindsdien leidde. Sinds 1983 is hij bovendien chef-dirigent van het mede door hem opgerichte Boedapest Festival Orkest. Begin 2014 staat hij in het Amsterdamse Concertgebouw voor een reeks concerten.

De beschuldiging is eeuwenoud: joden ontvoeren christenkinderen, vermoorden ze en tappen het bloed af voor religieuze rituelen. Bijvoorbeeld door het te vermengen met het deeg van paasbrood. Het bijgeloof stak op 1 april 1882 de kop op nadat in het Hongaarse dorp Tiszaeszlár de 14-jarige Eszter Solymosi spoorloos was verdwenen. Kroongetuige in het onderzoek werd de 13-jarige Móric Scharf. Hij beschuldigde zijn Joodse vader van de moord, maar bleek achteraf te zijn gemarteld.

Half juni werd uit de rivier de Tisza een lichaam gevist. Na verschillende, elkaar tegensprekende onderzoeken bleek het te gaan om het lijk van Eszter. Een litteken op haar voet gaf bij de identificatie de doorslag. Het meisje had het opgelopen toen een rossige koe haar poot erop had gezet.

Het knullige moordonderzoek in onverhuld antisemitische sfeer leidde tot een nationaal schandaal. Uiteindelijk werd niemand veroordeeld. Tegenwoordig vormt het graf van Eszter Solymosi in Tiszaeszlár een bedevaartsoord voor extreem-nationalisten.

Rituele moord?