Switch to mobile view
Ivan_w

FerdiBlog
Dit is mijn blog over de boeken die ik lees, de concerten en musea die ik bezoek, de muziek die ik luister en de opinies die ik heb.

Beethoven: Symfonie Nr. 6 “Pastorale”, Symfonie Nr. 7

Iván Fischer, Koninklijk Concertgebouworkest, Amsterdam

 

Iván Fischer bereikt ultieme schoonheid in het kernrepertoire en laat nadrukkelijk zijn visitekaartje achter bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Sinds het vorige seizoen is Iván Fischer (1951) druk doende om samen met het Koninklijk Concertgebouworkest alle symfonieën van Ludwig van Beethoven (1770-1827) uit te voeren. Dit in markant contrast met de recente opname van de hele cyclus door de chef-dirigent van het KCO Mariss Jansons. Een cyclus die – uitgegeven op zowel op cd als DVD – warm ontvangen is. Echter koos Jansons voor deze cyclus voor zijn “andere” orkest: het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Voor het KCO moet dit ongeveer gevoeld hebben als voor het Berliner Philharmoniker toen hun chef Simon Rattle koos voor de Wiener Philharmoniker om de cyclus voor EMI op cd te zetten. Toch zal dit alles in goede harmonie zijn afgesproken aangezien het respect en de waardering van Jansons voor beide orkesten evident is.

 

Goedmoedige dictatuur

En het Nederlandse publiek mag zich gelukkig prijzen met Fischer op de bok die dit kernrepertoire van de muzikale gigant Beethoven met een onnavolgbare schoonheid uitvoert. De grote uitdaging bij de uitvoering van dergelijk (over)bekend werk is dat het zo lastig is om er wat nieuws over te “zeggen”. Om dit toch te kunnen doen, moet er sprake zijn van een absolute symbiose tussen orkest en dirigent. En op dat vlak heeft Fischer een uitstekende track record. Al jaren voert hij met een zegetocht met het door hemzelf opgerichte Budapest Festival Orchestra. Dit orkest is door Fischer zelf samengesteld en de leden hebben geen vast contract en moeten elke twee jaar bewijzen nog onderdeel van het orkest te kunnen zijn. Het orkest treedt een beperkte tijd van het jaar op wat zowel Fischer als de leden van het orkest veel vrijheid geeft om de vleugels uit te slaan. Deze werkwijze – hoewel wat goedmoedig dictatoriaal van aard – is de wortel van het succes van het Budapest Festival Orchestra en heeft Fischer het dirigeren tot in de puntjes doen beheersen. Een beheersing die bij zijn optredens met het KCO evident is. Dat Fischer in Amsterdam woont en Nederlands spreekt, helpt natuurlijk ook.

 

Ultieme schoonheid

Met de keuze van Fischer om de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven in één programma uit te voeren, kiest hij voor uitgekiende uitersten. In de Zesde – niet toevallige bijgenaamd de “Pastorale” – kiest Beethoven na het geweld van de Vijfde voor de weerspiegeling van het landelijke. Gevolg is een symfonie als een toondicht waarbij de verschillende delen scènes uit het landelijke leven vertegenwoordigen met titels als Scène bij de beek en Vrolijk samenzijn van de landmensen. Fischer bereikte in de uitvoering van deze “Pastorale” ultieme schoonheid: door een beperkte en anders opgestelde orkestrale bezetting ontstond een transparantie en coherentie die voor een uitvoering van zeldzame schoonheid zorgde. Dit was zonder twijfel de mooiste uitvoering van de Zesde in zeer lange tijd.

Na deze tour de force sloot Fischer de avond af met een opwindende en eveneens coherente en transparante uitvoering van Beethoven’s heerlijke Zevende Symfonie, een favoriet van deze recensent. Na de landelijke schoonheid kon het Amsterdamse publiek nu op het randje van de stoel zitten voor een uitvoering die bleef fascineren: van het ontroerende Allegretto tot het uitgelaten Presto. Het vierde deel – het Allegro con brio – sloot in een pittig tempo een vrijwel perfecte Zevende Symfonie af. Een deel dat naar de smaak van deze recensent ietsje langzamer had gemogen met meer nadruk op de blazers, maar dit is slechts haarkloverij in het aangezicht van een perfecte uitvoering van het kernrepertoire.

 

Visitekaartje

Wanneer een dirigent het kernrepertoire zo sprankelend kan uitvoeren, laat hij nadrukkelijk zijn visitekaartje achter. Hoewel Mariss Jansons – ondanks zijn broze gezondheid – (gelukkig) geen plannen heeft om op korte termijn afstand te nemen van het KCO is Iván Fischer zonder twijfel één van de kandidaten om hem op termijn op te volgen. En dat is voor niemand een straf.

 

YouTube: Iván Fischer over de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven